|
OLSP: Marloes, je doet onderzoek naar de effectiviteit, betekenis, kernwaarden en positionering van herstelacademies in Nederland. Onlangs is het artikel verschenen over het vragenlijstonderzoek over de effectiviteit van herstelacademies. Wat vond je zelf het meest opvallende resultaat?
Marloes: Het meest opvallend vond ik dat alle gemeten uitkomsten – zoals empowerment, kwaliteit van leven en mentale gezondheid – gedurende twee jaar vrij stabiel bleven en niet verschilden tussen herstelacademiedeelnemers en de controlegroep.
Dat was verrassend, juist omdat kwalitatief onderzoek en ervaringsverhalen vaak laten zien hoe deelname aan een herstelacademie van betekenis kan zijn voor herstel.
OLSP: Jullie vonden geen significante verschillen tussen deelnemers van herstelacademies en de controlegroep. Hoe verklaren jullie dat?
Marloes: Daar zijn meerdere mogelijke verklaringen voor:
- Veel deelnemers uit de herstelacademiegroep kwamen al vóór de start van het onderzoek bij een herstelacademie, waardoor eventuele effecten al eerder kunnen zijn opgetreden.
- Beide groepen maakten gebruik van zorg en ondersteuning, wat verschillen tussen groepen kan dempen.
- Meetbare effecten van herstelondersteunende interventies zijn vaak klein en daardoor lastig statistisch aantoonbaar.
- Standaardvragenlijsten doen mogelijk onvoldoende recht aan herstelprocessen.
OLSP: Wat betekenen deze resultaten voor de manier waarop we effectiviteit van herstelacademies moeten meten? Moeten we anders meten of is er ander type onderzoek nodig om de waarde van herstelacademies in kaart te brengen?
Marloes: De resultaten nodigen uit om kritisch te kijken naar hoe we effectiviteit überhaupt definiëren en meten. Het lijkt erop dat standaardvragenlijsten maar een deel van het verhaal kunnen vangen, omdat herstel persoonlijk, grillig en contextgebonden is. Dat vraagt om andere manieren van kijken en onderzoeken, zoals benaderingen waarin ervaringen écht centraal staan, en samen betekenis kan worden gegeven aan die ervaringen. Dat betekent ook ruimte maken voor narratieve en participatieve vormen van evalueren, waarin ervaringsonderzoekers vanuit hun doorleefde ervaring een belangrijke rol spelen in zowel het vormgeven als de interpretatie van onderzoek. In ons bredere onderzoeksproject hebben we – naast dit vragenlijstonderzoek – gewerkt vanuit die basis. We werkten samen met de POP groep (Peer Onderzoekers Perspectief), een groep ervaringsonderzoekers die zelf bij Enik actief zijn/waren als deelnemer, vrijwilliger en/of peer worker.
Ook meer gepersonaliseerde manieren van meten, gericht op uitkomsten die iemand zelf belangrijk vindt, kunnen helpen om beter zichtbaar te maken wat deelname voor iemand betekent. Onze bevindingen suggereren vooral dat we de waarde van herstelacademies waarschijnlijk beter begrijpen met een bredere en meer contextgevoelige blik, dan wanneer we ons uitsluitend baseren op klassieke effectmetingen. Van “meten is weten”, naar “samen begrijpen en betekenis geven”.
OLSP: Ondanks de afwezigheid van significante verschillen in dit onderzoek, blijf je overtuigd van de effectiviteit van herstelacademies. Wat zijn voor jou argumenten die deze overtuiging onderbouwen?
Marloes: Ik vind “effectiviteit” eigenlijk een lastige term in deze context, omdat het suggereert dat er sprake is van eenduidige, meetbare effecten. Terwijl zowel herstel als deelname aan een herstelacademie juist uniek en persoonlijk zijn. Daarom spreek ik liever over de waarde van herstelacademies, of over wat deelname voor mensen kan betekenen.
Dat die waarde lastig te meten is, betekent niet dat die er niet is. Wat ik in het onderzoek heb gezien, is dat deelname voor veel mensen van betekenis kan zijn in hun herstelproces. Bijvoorbeeld doordat ze ervaringen kunnen uitwisselen met ervaringsgenoten, hoop en inspiratie vinden, zich meer verbonden voelen, nieuwe dingen kunnen uitproberen en andere rollen en vaardigheden kunnen verkennen. Tegelijkertijd heb ik ook gezien dat een herstelacademie niet voor iedereen vanzelfsprekend een fijne plek is. Het kan juist ook een uitdagende omgeving zijn, waarin mensen moeten zoeken naar hun plek en soms ook worstelen.
Dus het gaat mij er niet zozeer om dat ik ‘overtuigd ben van de effectiviteit’, maar dat ik in het onderzoek heb gezien hoe deelname voor mensen van betekenis kan zijn. En juist omdat die ervaringen zo divers zijn – variërend van steun, groei en verbinding tot ook zoeken, twijfel en worsteling – laat die betekenis zich niet altijd vangen in eenduidige, meetbare uitkomsten.
Nieuwsgierig naar het artikel? |