Blijf maandelijks op de hoogte van de laatste ontwikkelingen rond laagdrempelige steunpunten en het werk van het ondersteuningsteam OLSP
 ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌ ‌

NIEUWSBRIEF FEBRUARI 2026

NIEUWSBRIEF ONDERSTEUNINGSTEAM LAAGDREMPELIGE STEUNPUNTEN

OVER DEZE NIEUWSBRIEF

Deze nieuwsbrief informeert je over de laatste ontwikkelingen rond laagdrempelige steunpunten en de activiteiten van het ondersteuningsteam laagdrempelige steunpunten (OLSP)*– van bijeenkomsten tot inspirerende voorbeelden en van actuele thema’s tot inhoudelijke verdieping.


In deze editie besteden we aandacht aan:

– Monitor Landelijk dekkend netwerk laagdrempelige steunpunten 2025;
– Verdieping op de 10 kenmerken, samenwerking met formele en informele partners;
– Inspirerend voorbeeld: Samenwerking FACT en het Zelfregiecentrum Deventer.


*zie onderaan deze nieuwsbrief voor meer informatie over het ondersteuningsteam laagdrempelige steunpunten

ACTUEEL

RAPPORTAGE ‘STAND VAN HET LAND’ 2025

De Monitor Landelijk dekkend netwerk steunpunten 2025 is gepubliceerd. Het ondersteuningsteam heeft in opdracht van de IZA werkgroep laagdrempelige steunpunten het aantal steunpunten in Nederland geïnventariseerd. Met 318 laagdrempelige steunpunten is het aantal in kaart gebrachte locaties gestegen ten opzichte van de inventarisatie in 2024, toen er 278 steunpunten in beeld waren. Nieuw in de monitor van 2025 is dat ook de omvang van de locaties is onderzocht: twee derde van de steunpunten blijken kleine locaties te zijn, die één tot drie dagdelen geopend zijn. Kleine locaties dragen positief bij aan de regionale spreiding - meer plekken dichtbij de inwoners, ook in kleine gemeenten - maar kennen ook beperkingen qua capaciteit, activiteiten en continuïteit. Het aantal steunpunten verschilt sterk per regio.


De volgende aanbevelingen zijn op basis van het onderzoek geformuleerd: stel landelijk vast wat bedoeld wordt met een ‘landelijk dekkend netwerk’, versterk de regionale samenwerking tussen de steunpunten, investeer ook in de samenwerking met ggz, huisartsenzorg en sociaal domein en zet in op landelijke kennisdeling, professionalisering en ondersteuning. Structurele en voldoende financiering is een belangrijke factor voor de continuïteit. Lees het volledige rapport en de oplegger van de IZA werkgroep laagdrempelige steunpunten.

Het volledige rapport
De oplegger

Mocht je laagdrempelige steunpunten zoals zelfregie en herstelcentra kennen die nog niet in de monitor zijn meegenomen, kun je deze doorgeven aan de MIND Atlas. Dat is de plek waar deze steunpunten landelijk bijgehouden worden.

NETWERK VOLWAARDIG BURGERSCHAP: IMPACT METEN VAN ZELFREGIE EN HERSTELINITIATIEVEN

Tijdens de netwerkbijeenkomst Volwaardig burgerschap op 13 januari ging het over een actueel vraagstuk: hoe meet je de impact van laagdrempelige steunpunten? Voor wie wil je dat meten? Eén van de conclusies voor gemeenten: kijk uit voor onnodige verantwoordingsdruk!


Sonja Visser, directeur van de Nederlandse vereniging voor Zelfregie en Herstel, presenteerde de highlights uit het IPW-rapport De waarde van zelfregie en herstelinitiatieven. Marloes van Wezel, promovendus vanuit Tranzo en Trimbos, deelde vervolgens de resultaten van haar onderzoek naar herstelacademies. Marloes is benieuwd op welke manier de resultaten verder gedeeld kunnen worden voor een breder bereik. Heb je ideeën hiervoor (digitaal boekje, een podcast, een webinar...) vul dan deze korte vragenlijst in.

De themasessie was goedbezocht door zo’n 30 mensen afkomstig vanuit laagdrempelige steunpunten, de ggz en de VNG, VWS, ZN. Meer weten over de bijeenkomst en de gedeelde informatie?

Meer informatie

PANEL PSYCHISCH GEZIEN EN LAAGDREMPELIGE STEUNPUNTEN

Elk jaar doet het Trimbos instituut onderzoek naar het maatschappelijk functioneren en de zorg- en leefsituatie van mensen met langdurige psychische problematiek. In het nieuwste rapport kwam naar voren dat ruim een op de tien panelleden op het moment van invullen van de vragenlijst bij een zelfregie- of herstelinitiatief komt (zie pagina 25). Bijna de helft van de panelleden heeft nog nooit van een zelfregie- of herstelinitiatief gehoord. Van de groep panelleden die bekend is met zelfregie- of herstelinitiatieven, maar die er niet (meer) naartoe gaat is het voor 13% een kwestie van onbereikbaarheid: het is te ver weg. Voor het ondersteuningsteam laagdrempelige steunpunten zijn dit interessante uitkomsten met oog op onze activiteiten de komende maanden. 

Lees het hele rapport

IN DE SCHIJNWERPERS

INSPIRERENDE VOORBEELD: SAMENWERKING DOOR BRUGGEN TE BOUWEN:  FACT EN HET ZELFREGIECENTRUM DEVENTER

Hoe zorg je ervoor dat een zelfregiecentrum en de ggz elkaar daadwerkelijk versterken? In Deventer groeit sinds 2016 een samenwerking die laat zien dat dit kan.


In dit inspirerende voorbeeld lees je hoe het Zelfregiecentrum Deventer en het FACT-team van Dimence elkaar hebben gevonden. Ervaringsdeskundigen spelen hierin een sleutelrol. Zij bewegen tussen het zelfregiecentrum en de ggz, spreken beide talen en maken herstel zichtbaar en toegankelijk in het dagelijks leven. Wat begon met samen koffiedrinken, groeide uit tot een regionaal Herstel Netwerk waarin meerdere organisaties samenwerken aan herstelcursussen, lotgenotengroepen en onderlinge signalering.


Dit voorbeeld laat zien wat er mogelijk wordt wanneer samenwerking is gebaseerd op vertrouwen, gelijkwaardigheid en ruimte voor ervaringsdeskundigheid en hoe investeren in bestaande initiatieven kan leiden tot minder crisis, meer continuïteit en sterkere netwerken.

Lees het volledige voorbeeld

VERDIEPING OP 10 KENMERKEN

SAMENWERKING MET FORMELE EN INFORMELE PARTNERS

Laagdrempelige steunpunten staan midden in de samenleving. Ze zijn geen eiland, maar maken onderdeel uit van een breder netwerk van formele en informele partners. Samenwerking met het sociaal domein, welzijnsorganisaties, huisartsen en zorgaanbieders is daarom essentieel.


Wat bedoelen we met samenwerking?

Samenwerking binnen dit kenmerk gaat niet over formele ketenafspraken alleen. Het draait vooral om wederzijdse bekendheid, vertrouwen en korte lijnen. Zodat mensen makkelijk de weg vinden naar een steunpunt en professionals weten wat een steunpunt wel en niet doet. Ook maakt het doorverwijzen mogelijk, als dat nodig is.


De rol van verschillende partners

- Gemeenten: faciliteren randvoorwaarden (ruimte, financiering, verbinding) en bewaken de samenhang in het lokale netwerk.

- Welzijnsorganisaties: versterken de sociale basis en bieden aanvullend aanbod rond meedoen, participatie en ontmoeting.

- Huisartsen en POH-GGZ: spelen een belangrijke rol in vroegsignalering en toeleiding, en kennen steunpunten als laagdrempelige optie naast zorg.

- Zorgaanbieders: zorgen voor afstemming wanneer meer specialistische ondersteuning nodig is, wijzen hun cliënten op de mogelijkheden bij het steunpunt en dragen bij aan warme overdrachten.


Samenwerken met behoud van eigenheid

Een belangrijk aandachtspunt bij dit kenmerk is dat samenwerking niet mag leiden tot het verlies van eigenheid. Laagdrempelige steunpunten behouden hun kracht juist doordat zij:

- werken vanuit herstel en eigen regie;

- ervaringsdeskundigheid centraal stellen;

- ruimte bieden voor ontmoeting en peer-support zonder indicatie of behandelrelatie.


Goede samenwerking respecteert deze eigenheid en benut het steunpunt als aanvulling op, niet als verlengstuk van, formele zorg. En andersom behouden gemeenten, welzijns- en zorgorganisaties en huisartsen en POH GGZ hun rol en expertise in de samenwerking met deze steunpunten.


Reflectievragen voor de praktijk

- Hoe is de samenwerking rond laagdrempelige steunpunten in onze regio georganiseerd?

- Weten partijen elkaar te vinden en zijn de rollen duidelijk? Wie doet wat en waar vullen de partijen elkaar aan?

- Waar kan de samenwerking worden versterkt?

- Hoe bewaken we de eigenheid van steunpunten in deze samenwerking?


In de monitoring Stand van het land wordt samenwerking genoemd als cruciale succesfactor. Of het nu gaat om herstelinitiatieven die samen optrekken met huisartsen, om steunpunten die ingebed zijn in welzijnsnetwerken, of om ervaringsdeskundige organisaties die structureel afstemmen met gemeenten en zorgaanbieders: samenwerking maakt het verschil. Daarom besteden we in de inspirerende voorbeelden die we delen en in deze nieuwsbrief veel aandacht aan het onderwerp.


Wat opvalt is dat samenwerking vaak kleinschalig begint, met korte lijnen, persoonlijk contact en wederzijds vertrouwen, en pas later wordt vastgelegd in afspraken. Juist doordat partners elkaar leren kennen en elkaars rol respecteren, ontstaat ruimte voor soepele doorverwijzing, warme overdracht en gezamenlijke signalering.


De inspirerende voorbeelden laten zien dat effectieve samenwerking niet draait om systemen of structuren, maar om mensen die elkaar weten te vinden, met een gedeeld doel: dat iemand op het juiste moment op de juiste plek terechtkomt.

DE AGENDA

Dinsdag 10 maart 15.00 - 16.30 uur: Save the date! Online bijeenkomst met regionale projectleiders laagdrempelige steunpunten. Ben jij projectleider of programmaleider laagdrempelige steunpunten (of met een bredere opdracht waar laagdrempelige steunpunten ondervallen)? Dan krijg je binnen enkele dagen een uitnodiging van ons.


Geen mail ontvangen? Meld je aan via info@loketlaagdrempeligesteunpunten.nl

Woensdag 11 maart 12.00 - 13.00 uur: Online inloopspreekuur voor iedereen met vragen of om te sparren over laagdrempelige steunpunten. Het online spreekuur houden we maandelijks (tweede woensdag van de maand) en iedereen die dat wil kan hierbij aansluiten.


Zie deelnamelink op onze website Agenda – Loket Laagdrempelige Steunpunten

Elke werkdag is het ondersteuningsteam bereikbaar voor vragen en signalen rondom laagdrempelige steunpunten. Antwoorden op vragen als “Ik ben van de gemeente/ggz/welzijnsorganisatie… en wil een steunpunt in mijn gemeente mogelijk maken. Hoe pak ik dat aan?” kun je ook op de Vraag & Antwoord-pagina van onze website vinden.


Mail: info@loketlaagdrempeligesteunpunten.nl
Telefoon: 088 002 3400

WIE ZIJN WIJ?

Het ondersteuningsprogramma wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS en de IZA-werkgroep Laagdrempelige Steunpunten. Het ondersteuningsteam bestaat uit adviseurs met ervaring op het gebied van herstel, ervaringsdeskundigheid, training, (actie)onderzoek en beleid. Het team is een samenwerking van MIND, Significant en Pluut & Partners. We ondersteunen regio’s bij het realiseren van een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten. We hebben onder andere een loket ingericht waar je terecht kan voor vragen: Loket Laagdrempelige Steunpunten

MEER WETEN OF MEEDOEN?

Bezoek www.loketlaagdrempeligesteunpunten.nl voor meer informatie, praktijkvoorbeelden en om je aan te melden voor de nieuwsbrief. 


Neem contact met ons op voor vragen of om signalen over laagdrempelige steunpunten uit jouw regio met ons te delen via info@loketlaagdrempeligesteunpunten.nl of 088 002 3400.


Volg ons via de kanalen van MIND, Significant Public en Pluut & Partners voor updates en inspiratie.

SAMEN BOUWEN WE VERDER AAN EEN STEVIG NETWERK VAN LAAGDREMPELIGE STEUNPUNTEN!

Online versie

Email Marketing door ActiveCampaign