|
Investeren in laagdrempelige steunpunten loont, dat bewijzen de MKBA van De Hoofdzaak en het inspirerende voorbeeld uit Groningen hierboven. Door te investeren in laagdrempelige herstelinitiatieven, verminderen gemeenten zorgkosten, versterken ze de sociale basis en geven ze inwoners met psychische kwetsbaarheden een plek voor een luisterend oor en om te groeien. Een win-win voor inwoner, gemeente en zorgpartners.
Maar hoe zorgen we ervoor dat deze steunpunten ook blijven bestaan? Een van de grootste uitdagingen voor laagdrempelige steunpunten is de financiering. De huidige financiering is vaak gefragmenteerd en onzeker. Ook voor gemeenten is het vaak zoeken naar geschikte potjes en steeds nieuwe regels en financieringsstromen. Tijd voor een duurzame aanpak!
De huidige praktijk: Laagdrempelige steunpunten worden nu vooral gefinancierd via (verschillende potjes uit) de Wmo, incidentele subsidies of startfinanciering vanuit fondsen. Gemeenten vinden voor de financiering uiteenlopende bekostigingstitels en -mogelijkheden. Veel voorkomende bekostigingstitels zijn:
- inloopfunctie ggz,
- ambulantiseringsmiddelen,
- aanpak personen met onbegrepen gedrag,
- preventie,
- voorliggende voorziening (met namen zoals Samenkracht, Burgerkracht, Sociale Basis, etc.),
- informele zorg,
- respijt.
Deze versnippering in financieringswijzen leidt tot onzekerheid en administratieve lasten, terwijl steunpunten juist stabiliteit nodig hebben om hun kernwaarden (eigen regie, peer support, herstel) waar te maken. De structurele financiering vanuit AZWA kan daar deels rust in brengen. Tegelijk is de verwachting dat die middelen niet toereikend zijn om laagdrempelige steunpunten volledig te financieren. Financiering vanuit aanvullende potjes zal dus belangrijk blijven bij de opgave om bestaande LSP te borgen (en nieuwe locaties duurzaam op te zetten).
Wat is nodig voor duurzame borging?
1. Breng het aanbod in kaart
Breng als regio het huidige aanbod en de financiering in kaart. Welke initiatieven zijn er in jouw regio? Hoe worden ze nu bekostigd? Hoe sluiten ze aan bij de 10 kenmerken van laagdrempelige steunpunten en de IZA-doelstellingen (landelijk dekkend netwerk in 2027)? Het is goed om het verschil te kennen tussen ‘algemene’ inloopvoorzieningen sociaal en gezond (AZWA D6; ‘basisinfrastructuur’) en de laagdrempelige steunpunten (AZWA D5; ‘basisfunctionaliteit’). Beide maken onderdeel uit van één sociale basis maar er zijn verschillende afspraken over in het zorgakkoord.
2. Werk toe naar uniforme afspraken Maak in het regioplan concrete afspraken over langjarige, afgestemde financiering, net als in Groningen, waar vertrouwen en samenwerking centraal staan. Als je weet waar je het voor doet (gezamenlijke visie) is het makkelijker om financiële afspraken te maken die daarbij passen.
3. Gebruik bewijs en voorbeelden ‘De Hoofdzaak toont aan: investeren in herstel vermindert zorgkosten en versterkt de sociale basis.’ Hieronder hebben we een lijst met links naar relevante publicatie opgenomen. Het wiel opnieuw uitvinden hoeft niet.
4. Maak afspraken met partners Zorgverzekeraars, gemeenten en fondsen kunnen samen flexibele, langjarige afspraken maken, passend bij de unieke werkwijze van steunpunten. Meerjarenafspraken geven iedereen rust en de ruimte om te groeien en aan een stabiele organisatie te werken.
Aan de slag? Deze tools kun jou daarbij helpen:
- 10 kenmerken als toetsingskader
- Stappenplan en scenario's voor gemeenten
- Inzichten uit diverse MKBA’s
- de MIND-Atlas voor een overzicht van de laagdrempelige steunpunten
- de inzichten uit de Monitoring dekking van laagdrempelige steunpunten
- Houd deze nieuwsbrief in de gaten voor afspraken vanuit AZWA.
In de nieuwsbrief van oktober 2025 hebben we ook uitgebreid stil gestaan bij het thema ‘borgen wat er is’. |